
07 jul Waterbeschikbaarheid Kanaal Gent–Terneuzen staat onder druk
Het Kanaal Gent–Terneuzen staat onder toenemende druk door droogte en veranderende hydrologische omstandigheden. Dit heeft directe gevolgen voor de bevaarbaarheid van het Kanaal, waterbeschikbaarheid voor bedrijven, waterkwaliteit (verzilting) en logistieke betrouwbaarheid.
De waterstanden in het Kanaal zijn afhankelijk van de aanvoer van water stroomopwaarts via de Leie en de Schelde. Bij droogte wordt deze aanvoer – uit België en Noord-Frankrijk – beperkt. Hierdoor blijft het waterpeil moeilijker op niveau. Er treedt dan ook versneld verzilting op.
De Noordzeesluizen (met de Oostsluis, de Nieuwe Sluis en de Westsluis) zorgen ervoor dat bij elke schutting zout water uit de Westerschelde het Kanaal binnenkomt. Bij lage zoetwateraanvoer vanuit het binnenland dringt het zout – dat door de Noordzeesluizen komt – verder het Kanaal in, waardoor het kanaalwater zilter wordt.
Effect op waterpeil en scheepvaart
Wanneer er onvoldoende water is, kan het waterpeil niet altijd op het gewenste niveau blijven. Dit kan dan leiden tot beperkingen van de diepgang van schepen. Hierdoor kunnen ze minder goederen laden.
Gevolgen voor watergebruikers
Bedrijven die voor hun productie uit het kanaal water onttrekken, kunnen mogelijks minder (koel)water ter beschikking hebben. Daarnaast kan ook de waterkwaliteit veranderen.
Foto: door Milliped CC-BY-SA-4.0, havengebied Gent (B)

