NOGAT start pre-FEED-fase

NOGAT start pre-FEED-fase voor nieuwe directe gas-verbinding met Noorwegen

NOGAT is samen met projectpartners gestart met de pre-FEED fase (Front-End Engineering and Design) van project NORNET, waarmee mogelijk een directe verbinding wordt gerealiseerd tussen de Noorse en Nederlandse gasinfrastructuur op de Noordzee. Na een succesvolle haalbaarheidsstudie wordt hiermee een belangrijke stap gezet in het verder onderzoeken van de technische, economische en operationele aspecten van de verbinding en wordt gestart met het vergunningen-traject.

Met een relatief beperkte uitbreiding kan het Nederlandse Nogat-systeem via de A6-F3-pijpleiding worden verbonden met de Noorse gasinfra-structuur. Hierdoor ontstaat zowel de eerste directe gasverbinding tussen Noorwegen en Nederland als een ex-tra Europese importroute via Den Hel-der. Dit vergroot de leveringszekerheid, versterkt de strategische weerbaar-heid en verlaagt de systeemkosten in Nederland en Noordwest-Europa.

De nieuwe verbinding heeft een capa-citeit van ruim 4 miljard kuub gas per jaar. Dat komt overeen met circa 15% van de totale Nederlandse gasvraag en zelfs met 30% van de hoeveelheid hoogcalorisch gas die de Nederland-se industrie op langere termijn naar verwachting nodig blijft hebben. Net zoals het Nederlandse gas uit de Noordzee, heeft het Noorse gas dat wordt aangevoerd via deze verbinding een 30 tot 50% lagere CO2-voetafdruk dan geïmporteerd LNG.

Bovendien biedt deze infrastructuur op termijn mogelijkheden voor groot-schalig internationaal transport van waterstof tussen Nederland, Duits-land, Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Hergebruik van bestaande leidingen kan daarbij bijdra-gen aan een snellere energietransitie tegen lagere kosten en met minder omgevingsimpact.

Falco van Wissen, Managing Direc-tor NOGAT: “Een derde van al onze Europese gasimport komt vanuit de Noorse Noordzee, dit is minder vervuilend dan LNG-import en maakt ons minder afhankelijk van bijvoor-beeld Amerika of het Midden-Oosten. Met de start van de pre-FEED-fase zetten we een concrete volgende stap in de ontwikkeling van de nieuwe Noorse connectie. Hiermee maken we de energievoorziening in Nederland en Noordwest-Europa robuuster en flexibeler.”

Vervolg stappen

De pre-FEED-fase richt zich op het verder uitwerken van geselecteerde technische concepten en operationele uitgangspunten, zoals de beoogde transportcapaciteit van de verbinding en de configuratie van de offshore infrastructuur. Daarnaast wordt gestart met het vergunningentraject in Duitsland, aangezien de aansluiting op Duitse wateren plaats zal vinden. Daarom is verdere afstemming met private en publieke partijen in zowel Nederland, Noorwegen als Duitsland essentieel. Deze projectfase legt de basis voor zowel een succesvolle FEED- als realisatiefase. Tijdens deze stap worden namelijk de risico’s beperkt en wordt een helder inzicht verkregen in het benodigde budget en de mogelijke technische of operatio-nele uitdagingen. Het projectteam is voornemens een investeringsbesluit te nemen medio 2027 en operationeel te zijn in 2029.

Vervanging van PFAS-houdend blusschuim vereist ketensamenwerking

Om aan het Europees verbod op PFAS-houdend schuim in brand-blusinstallaties te voldoen, moe-ten nog veel bedrijven overstap-pen op een PFAS-vrij alternatief. “En daar komt veel bij kijken”, zegt Michiel Hondema, als Busi-ness Partner PFAS en Duurzaam-heid bij Mourik Industry nauw betrokken bij de dienstverlening rond PFAS-reiniging van deze installaties. “De installatie moet mogelijk worden aangepast, hij moet grondig worden gereinigd, er moet worden onderzocht wat het juiste vervangende schuim is, en alles moet aantoonbaar aan de normen voldoen. Om al die stap-pen tot een goed eindresultaat te brengen, is afstemming tussen ketenpartners cruciaal.”

Ondanks communicatie vanuit de overheid over het verbod op

PFAS-houdend blusschuim blijken veel bedrijven nog niet aan de regels te voldoen. Zo troffen de Inspectie Leefomgeving en Transport en om-gevingsdiensten onlangs in blusin-stallaties van 27 bedrijven te hoge concentraties verboden PFAS-stoffen aan. Volgens Hondema is de verplich-ting om naar ‘PFAS-vrij’ te gaan bij de meeste bedrijven inmiddels wel be-kend. “Maar de wetgeving is complex en kent verschillende eisen en termij-nen. Daardoor is het voor bedrijven niet altijd eenvoudig om te bepalen wat er voor hun specifieke situatie nodig is en wanneer ze welke stap-pen moeten zetten.” Daarnaast merkt hij dat sommige bedrijven wel zijn overgestapt op PFAS-vrij blusschuim, maar er geen rekening mee hielden dat daar specialistische reiniging bij hoort. “Als je het leidingwerk van de installatie een keer doorspoelt met water, verwijder je daar de PFAS niet mee. Er zijn gevallen bekend waarbij het bevoegd gezag (lees: de regionale omgevingsdiensten, red.) daardoor bij controle alsnog te hoge waarden aantrof.”

Traject naar PFAS-vrij

Reiniging is dus een cruciaal on-derdeel van de transitie naar een PFAS-vrije blusinstallatie, maar er gaat een traject aan vooraf. Eerst moet een schuimleverancier bepalen welk PFAS-vrij schuim geschikt is voor de producten die op de locatie worden geproduceerd of opgeslagen. Vervolgens wordt in overleg met een installateur onderzocht of de huidige installatie geschikt is voor dat nieuwe schuim. “PFAS heeft in blusschuim als functie dat het een filmlaagje vormt dat als barrière hitte en zuurstof tegenhoudt”, legt Honde-ma uit. “Om te zorgen dat PFAS-vrij schuim dezelfde mate van bescher-ming biedt, heeft het een heel ande-re samenstelling en daardoor een andere viscositeit. Dat betekent dat een installatie die PFAS-houdend was, niet altijd kan worden gevuld met PFAS-vrij schuim. Mogelijk moeten bijvoorbeeld de sprinklerkoppen of schuimpompen worden vervangen, of is dikker leidingwerk nodig.”
Nadat de blusinstallatie geschikt is gebleken – of gemaakt – voor het nieuwe schuim, komt het reinigings-werk van Mourik in beeld. “Om te weten welke gehandhaafde delen van de installatie moeten worden gerei-nigd, voeren we eerst een risico-in-ventarisatie uit en worden monsters genomen voor laboratoriumanalyse. De bevindingen tekenen we op in een rapport voor de opdrachtgever; dat wordt zó samengesteld dat het direct kan worden doorgestuurd naar het bevoegd gezag, dat op basis van ons plan van aanpak akkoord moet geven richting onze opdrachtgever.” Die werkwijze heeft volgens Hondema duidelijke toegevoegde waarde voor de opdrachtgever. “Als we kunnen aantonen dat installatieonderdelen al onder de wettelijke PFAS-grenswaarde zitten, hoeven ze niet te worden gereinigd. Dat scheelt reinigingskos-ten en voorkomt nodeloze verstoring van productieprocessen.”

Kiwa-gecertificeerd

Hondema wijst erop dat het be-voegd gezag tot nu toe altijd positief reageerde op het plan van aanpak dat Mourik voor zijn opdrachtgevers opstelt. Daarbij helpt het dat Mourik
als eerste contractor in Nederland het KIWA-certificaat voor PFAS-reiniging mag voeren. De reinigingstechniek die wordt toegepast is voor zover bekend ook uniek in de markt. De reinigingsstappen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd, waarbij gebruik wordt gemaakt van een biologisch absorberend middel dat PFAS-deel-tjes losmaakt van oppervlakken en ze bindt. “Onze methode is echt speci-alistenwerk dat met grote zorgvul-digheid wordt uitgevoerd”, benadrukt Hondema. “Er moet altijd worden voorkomen dat achterblijvend PFAS het nieuwe PFAS-vrije schuim veront-reinigt.”
De laatste technische stap in het traject is de verantwoorde afvoer van PFAS-houdende afvalstromen zoals blusschuimconcentraat en spoelwa-ter. “Bedrijven kunnen ervoor kiezen om dit zelf te regelen, maar wij kun-nen het ook uit handen nemen. Dan schakelen we een gespecialiseerd be-drijf in dat de stoffen volledig traceer-baar afvoert en laat vernietigen.”
Na afloop van het reinigingstraject worden opnieuw monsters genomen voor analyse, om aan te tonen dat de blusinstallatie aan de nieuwe normen voldoet.

Ketengerichte aanpak

“Binnen het hele proces, van scope-bepaling en reiniging tot afvalverwij-dering en eindrapportage, staat een ketengerichte aanpak centraal”, zegt Hondema. “Je kunt een installatie tot ruimschoots onder de geldende wet-telijke grenswaarde reinigen, maar als je er pas daarna achter komt dat het leidingwerk ongeschikt is voor het geselecteerde PFAS-vrije blusmiddel, heeft al die inspanning geen zin en jaag je de opdrachtgever op kosten. Afstemming met installateurs, engi-neers van schuimleveranciers en an-dere betrokkenen is daarom cruciaal om met succes een toekomstbesten-dige blusinstallatie te realiseren.” Mourik biedt samen met die ke-tenpartners dus een volledige ont-zorgingstraject voor bedrijven met blusschuiminstallaties. De belang-rijkste uitdaging is nu dat bedrijven tijdig starten met de transitie, stelt Hondema. “Dat de uitfasering van PFAS stapsgewijs verloopt en som-mige PFAS-houdende schuimen
pas in de nabije toekomst worden verboden, brengt een risico met zich mee”, legt hij uit. “Een bedrijf met een installatie die is gevuld met schuim dat pas in 2028 wordt verboden, kan de verleiding voelen om nog twee jaar te wachten met de overstap. Dat zou erg onverstandig zijn, want we zien inmiddels dat fabrikanten de productie van PFAS-houdend schuim afbouwen. Als de blusinstallatie van het betreffende bedrijf een activatie heeft gehad en moet worden bijge-vuld, bestaat de kans dat alleen nog PFAS-vrij schuim verkrijgbaar is en de huidige installatie daar niet voor geschikt is. In zo’n geval heb je een groot probleem. Daar komt bij dat als iedereen tot op het laatste moment wacht, de kans bestaat dat installa-teurs en leveranciers onvoldoende capaciteit hebben om alle aanvragen op te pakken. Het zou goed zijn als bedrijven zich daar bewust van zijn.”

Europese regels

Onder de verzamelnaam PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) vallen duizenden chemische stoffen die vanwege hun bijzondere eigenschappen (water- en vetafstotend, hittebestendig, inert en persistent) in talloze producten worden toegepast, waaronder blusschuim. Omdat PFAS in verband wordt gebracht met milieu- en gezondheidsschade wordt in Europa gesproken over een totaalverbod op PFAS. Voor blusschuim bestaat hier al duidelijke wetgeving over, zij het stapsgewijs. Sommige PFAS-varianten zijn inmiddels verboden in blusschuim als de concentratie boven wettelijke gestelde grenswaarden valt.