BP aan Nieuwe Waterweg

Europese chemische industrie moet scherpere strategische keuzes maken om structurele neergang te voorkomen

De Europese chemische industrie staat voor ingrijpende keuzes om haar concurrentiepositie te behouden en structurele achteruitgang te voorkomen. Wereldwijd moet naar verwachting tot 2030 netto circa 7,5 procent van de productiecapaciteit voor olefinen verdwijnen. Dat komt overeen met ongeveer 35 miljoen ton aan productiecapaciteit.

Ondanks het recordaantal fabriekssluitingen blijft de bezettingsgraad van chemische fabrieken naar verwachting tot 2030 onder het historische gemiddelde. De groei van de wereldwijde vraag naar chemische producten is onvoldoende om de overcapaciteit weg te werken. Scherpere strategische keuzes zijn daarom noodzakelijk om de sector weer perspectief op structureel herstel te bieden.

Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Bain & Company naar de wereldwijde chemiesector. Volgens Bain gaat het niet om een normale neergaande cyclus, maar om een structurele omslag. Aanhoudende overcapaciteit drukt op de marges, terwijl goedkope grondstoffen de verschillen binnen de sector verder vergroten. China blijft productiecapaciteit toevoegen en wordt steeds concurrerender in specialistische chemicaliën. De prijsstijgingen als gevolg van het conflict met Iran bieden bedrijven ondertussen tijdelijk ruimte om hun strategie opnieuw tegen het licht te houden. Bain waarschuwt dat bedrijven deze periode niet moeten verwarren met een duurzaam herstel van de markt.

“De oude aanpak van de chemiesector tijdens een neergang, waarbij kosten worden verlaagd, de balans wordt beschermd en wordt gewacht tot de vraag herstelt, is niet langer houdbaar. Dit keer zal groei van de vraag alleen de overcapaciteit niet opvangen. Tegelijkertijd wordt het prijsverschil tussen fabrieken die op ethaan en fabrieken die op nafta draaien steeds lastiger om mee om te gaan”, zegt Piet de Paepe, wereldwijd hoofd van de chemiepraktijk van Bain & Company. “Bedrijven moeten veel selectiever zijn in waar zij concurreren en hun investeringen concentreren op producten en regio’s waar zij een duidelijk voordeel kunnen opbouwen, in plaats van te wachten tot de volgende cyclus aantrekt.”

Europa, Korea en Japan hebben de afgelopen jaren productiecapaciteit gesloten. Volgens brancheorganisatie Cefic is sinds 2022 circa 37 miljoen ton productiecapaciteit in de Europese chemiesector gesloten, maar die afbouw is onvoldoende om de uitbreiding in China te compenseren. Bij sommige producten is de Chinese productiecapaciteit inmiddels even groot als of groter dan de totale wereldwijde vraag. Elk jaar waarin onvoldoende capaciteit wordt gesloten, schuift het herstel van de marges verder naar achteren en neemt het voordeel van producenten met de laagste kosten toe.

Structureel kostenverschil

Fabrieken die gas als grondstof gebruiken, hebben inmiddels een blijvend kostenvoordeel. De prijs van ethaan in de Verenigde Staten blijft naar verwachting ongeveer 300 tot 400 dollar per ton onder die van nafta in Azië. Meer dan de helft van de kraakinstallaties in Europa, Oost-Azië en Zuid-Azië is afhankelijk van nafta en is daardoor bijzonder kwetsbaar. De Verenigde Staten en het Midden-Oosten zijn het best gepositioneerd om te profiteren van het structurele kostenvoordeel van productie op basis van ethaan, al beperkt hun afhankelijkheid van ethaan ook hun flexibiliteit als het aanbod wordt verstoord.

China wint terrein in specialistische chemicaliën

De groeiende concurrentiekracht van China zet ook westerse producenten van specialistische chemicaliën onder druk. Westerse bedrijven konden in deze markt traditioneel hogere marges behalen. Bain verwacht dat China in 2030 meer dan 30% van de wereldmarkt voor specialistische chemicaliën in handen heeft en daarmee zowel Noord-Amerika als Europa afzonderlijk voorbijstreeft.

Chinese chemiebedrijven concurreren bovendien niet langer alleen op prijs. Zij besteden inmiddels meer aan onderzoek en ontwikkeling voor chemicaliën dan concurrenten in de Verenigde Staten en Europa. Ook brengen zij producten sneller naar de markt, verbeteren zij hun dienstverlening aan klanten en sluiten zij strategische samenwerkingen om hun positie in specialistische chemicaliën verder uit te bouwen. Chinese producenten richten zich daarbij steeds meer op producten met een hogere toegevoegde waarde, zoals koolstofvezel.

Deze ontwikkelingen veranderen de wereldwijde chemiesector. Rendementen worden steeds sterker bepaald door regio en beleid, naast de productiekosten. Bain verwacht dat in 2030 bijna 70% van de wereldwijde ethyleencapaciteit in China, het Midden-Oosten en Noord-Amerika staat. Fabrieken met hogere productiekosten in Europa en Noordoost-Azië zullen blijven sluiten. China wordt naar verwachting netto-exporteur van de meeste basischemicaliën. Het Chinese productieoverschot zal daardoor steeds meer bepalend worden voor wereldwijde handelsstromen en marges.

Scherper kiezen waar te concurreren

Tegen deze achtergrond stelt Bain dat chemiebedrijven duidelijk moeten bepalen waar zij op basis van kosten of innovatie een duurzaam concurrentievoordeel kunnen opbouwen. Bedrijven moeten hun portfolio opnieuw tegen het licht houden en activiteiten afbouwen of samenvoegen waar geen geloofwaardig pad naar een sterke concurrentiepositie bestaat. Fusies en overnames kunnen deze omslag versnellen door schaal te creëren en kosten te verlagen of door posities in aantrekkelijkere specialistische markten te versterken.

Bain adviseert bedrijven ook om met een schone lei naar hun kostenstructuur en geografische aanwezigheid te kijken, waaronder hun blootstelling aan China. Besluiten over het sluiten of ombouwen van dure productielocaties met een hoge CO2-blootstelling zouden binnen 12 tot 18 maanden moeten worden genomen, nu er nog ruimte is om de strategie opnieuw vorm te geven.

Foto: door Jetvertising