waterstofnetwerk Nederland

Aanleg van landelijk waterstofnetwerk blijkt veel duurder en risicovoller

Om van fossiele energie over te kunnen stappen naar duurzame vormen van energie beoogt het beleid van de minister van Klimaat en Groene Groei de totstandbrenging van productie, transport en gebruik van waterstof. In 2023 gaf de minister aan staatsdeelneming Gasunie/HNS de opdracht om een waterstofnetwerk aan te leggen en te beheren. De toegekende subsidie blijkt echter onvoldoende.

Niet alleen de productie van groene waterstof en het afnemen van waterstof door bedrijven wordt gestimuleerd met subsidies. De minister besloot in 2023 eveneens een subsidie van maximaal € 750 mln te verstrekken aan Gasunie/HNS. Dit is bedoeld om het kip- ei probleem dat investeringen in een waterstofnetwerk enerzijds en afnemers van waterstof anderzijds op elkaar blijven wachten, te verminderen. Het doel was om een landelijk netwerk te bewerkstelligen dat het vervoer van duurzame waterstof naar vijf industrieclusters mogelijk maakt. Het netwerk van ongeveer 1200 km moet in 2030 gereed zijn.

De subsidie beoogt om bouwer en beheerder Gasunie/Hynetwork Services (HNS) te compenseren voor de aanloopverliezen. Deze ontstaan door onvoldoende vraag naar transportcapaciteit, waardoor in de beginfase de inkomsten voor Gasunie/HNS nog niet alle gemaakte kosten dekken. Als het netwerk eenmaal is aangelegd is het de bedoeling dat het netwerk na 2033 kostendekkend opereert. Onderzoek van de Algemene Rekenkamer laat zien dat het aannemelijk is dat deze subsidie onvoldoende is om het volledige netwerk te laten realiseren.

De raming van de kosten is, o.a. na aanvang van de oorlog in Oekraïne, gestegen. Volgens de laatste raming van Gasunie/HNS bedraagt de benodigde verliescompensatie €2,5 miljard; dat is €1,8 miljard meer dan aan subsidie (€0,75 mrd) beschikbaar is. Hierdoor is het onzeker of met de huidige subsidie het gehele netwerk kan worden aangelegd. Eén deeltrace/traject wordt inmiddels aangelegd, namelijk in Rotterdam/Rijnmond. Voor de andere 14 deeltracé’s/trajecten zal de haalbaarheid nader moeten worden bepaald. Het kip-ei probleem blijft op het niveau van de deeltrajecten bestaan en is mogelijk groter geworden.

Subsidie onvoldoende, ook een risico voor de schatkist

Gasunie/HNS gaf bij de subsidieaanvraag in 2023 aan dat zij verwacht dat € 857 miljoen verliescompensatie nodig te hebben. De subsidie van € 750 miljoen die het kabinet hiervoor heeft vrijgemaakt, was dus in 2023 al onvoldoende. In 2025  geeft Gasunie/HNS aan dat de geraamde kosten van het netwerk stijgen naar € 3,8 miljard en de verliescompensatie naar € 2,5 miljard, meer dan drie keer het beschikbare subsidiebedrag.

Als de minister van KGG een volledig netwerk wil realiseren, zal er een oplossing moeten worden gevonden om het verwachte verlies op te vangen. Opties zijn: meer subsidie, een hoger transporttarief en/of een andere manier om de kosten te verdelen over huidige en toekomstige gebruikers (intertemporele kostentoerekening). Het is ook de vraag hoe de rekening wordt verdeeld tussen de minister van KGG, de minister van Financiën, Gasunie/HNS en de klanten van het netwerk. Gezien de omvang zien wij hier een risico dat het doel van het subsidiebesluit niet zal worden behaald. Ook voor de schatkist is er een risico, aangezien alle betrokkenen een sterke stijging in het transporttarief willen voorkomen.

Aanleg volledige netwerk onzeker door achterblijvende vraag

De minister van Financiën en Gasunie/HNS hebben afgesproken dat er voor ieder van de 15 deeltracés in het netwerk voldoende vraag moet zijn. Voorwaarde is dat in de industrieclusters 25% van de omzet met contracten gedekt is (10% bij verbindingen tussen delen van het netwerk, met uitzondering van de Delta Rhine Corridor). Voorwaarde is dat Gasunie/HNS dus eerst contracten met bedrijven afsluit voordat met de aanleg begonnen kan worden Voor besluitvorming is het dus nodig dat (energie-intensieve) bedrijven garanderen dat ze gaan verduurzamen, daarvoor waterstof gaan gebruiken, en een transportcontract met Gasunie/HNS afsluiten. Door de achterblijvende vraag naar waterstof is er een reële kans dat (een aantal) deeltracés niet wordt aangelegd. Het is dus onzeker of het volledige netwerk wordt aangelegd.

“Onzekerheid maakt onderdeel uit van de energie transitie”, zegt Barbara Joziasse, collegelid van de Algemene Rekenkamer. “Het betreft hele grote projecten die nog niet eerder zijn gedaan. Bij waterstof gaat het bijvoorbeeld om ministens € 11 miljard. De hele keten van productie, transport en gebruik moet samenwerken om zoiets van de grond te tillen. Vaak ook nog in omstandigheden die tussendoor wijzigen. “ Ze benadrukt echter ook: “Maar juist omdat het om heel veel publiek geld gaat, is het zaak dat het Rijk – om doeltreffender en doelmatiger te opereren – tijdig bijstuurt. Ons onderzoek gaat over het waterstofnetwerk, maar biedt ook lessen voor andere grote projecten, zoals CCS of kernenergie.”

Illustratie: door Algemene Rekenkamer