
15 sep Europese chemische industrie herstelt licht, maar blijft onder druk staan
De chemische industrie in de EU heeft in de eerste helft van 2026 beter gepresteerd dan verwacht. Van een krachtig herstel is echter nog geen sprake. De sector blijft kampen met een zwakke vraag, hoge energiekosten, lage capaciteitsbenutting en toenemende concurrentiedruk. Daarmee blijven de structurele problemen rond het concurrentievermogen van de Europese chemische industrie onverminderd groot.
De marktomstandigheden verbeterden licht. Zowel de producentenprijzen als de verkoopprijzen van chemische producten stegen. De verbetering kwam echter vooral door hogere prijzen en nauwelijks door hogere productievolumes. Dat wijst erop dat de onderliggende vraag naar chemische producten nog altijd zwak is.
Vertrouwen chemische industrie blijft negatief
Het ondernemersvertrouwen in de Europese chemische industrie steeg in de eerste helft van 2026 met 4,1 punten ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Vooral de recente productie droeg bij aan deze verbetering, met een stijging van 8,0 punten. Toch bleven zowel het ondernemersvertrouwen als de productie per saldo in negatief gebied. De voorraden normaliseerden, maar de vraag bleef achter. Ook de capaciteitsbenutting bleef duidelijk lager dan in de totale verwerkende industrie. Daarnaast namen de verwachtingen voor de werkgelegenheid verder af.
Hoge energiekosten drukken concurrentievermogen
Een belangrijke structurele uitdaging voor de Europese chemische industrie zijn de hoge energiekosten. Europese producenten hebben nog altijd een aanzienlijk kostenverschil met concurrenten in de Verenigde Staten. Vooral voor aardgas liep het prijsverschil tussen de EU en de VS in 2026 verder op.
De lage capaciteitsbenutting onderstreept de moeilijke marktomstandigheden. In de eerste helft van 2026 lag deze op circa 75 procent, aanzienlijk onder het langetermijngemiddelde. Vooral chemische producenten in België, Duitsland en Italië hadden te maken met veel onbenutte productiecapaciteit.
Chemische productie verschilt sterk per land
De ontwikkeling van de chemische productie verschilde binnen de EU aanzienlijk. Frankrijk en Spanje lieten opnieuw groei zien, terwijl Polen relatief stabiel bleef. In andere belangrijke productielanden bleef de productie echter dalen. Dat gold onder meer voor Nederland, Duitsland en Italië. Ook tussen de verschillende chemische sectoren waren grote verschillen zichtbaar. Producenten van organische basischemicaliën en polymeren presteerden het zwakst. Deze segmenten hebben te maken met wereldwijd structureel overaanbod en een beperkte vraag. Producenten van speciale chemicaliën en consumentenchemicaliën bleken daarentegen relatief veerkrachtig.
Handel in chemische producten neemt af
Ook de Europese handel in chemische producten gaf reden tot zorg. Zowel de import als de export van chemische producten uit de EU daalde in de eerste helft van 2026, zowel in waarde als in volume. De import nam met 5,6 miljard euro af, een daling van 5,9 procent. De export daalde met 7,2 miljard euro, oftewel 6,3 procent. Vooral de export van overige organische basischemicaliën stond onder druk, met een daling van 23 procent. De afzet naar de Verenigde Staten nam daarbij met 29 procent af.
De EU hield desondanks een handelsoverschot in chemische producten van 18,4 miljard euro. Dit overschot nam wel af, doordat de export sterker daalde dan de import. In volume verbeterde het handelssaldo juist met 3,7 miljoen ton. De invoer daalde met 12 procent, tegenover een exportdaling van 6 procent. Vooral de lagere import van basischemicaliën droeg hieraan bij.
Structurele uitdagingen blijven groot
De Europese chemische industrie heeft daarmee weliswaar de recente dieptepunten achter zich gelaten, maar van een duurzaam herstel is nog geen sprake. Zwakke vraag, hoge energiekosten, lage capaciteitsbenutting en internationale concurrentiedruk blijven het concurrentievermogen van de Europese chemiesector onder druk zetten.
Voor Europese chemieproducenten blijft het daarom de uitdaging om kostenconcurrentiekracht te herstellen en tegelijkertijd te investeren in verduurzaming en innovatie. Zonder verbetering van de marktvraag en de structurele concurrentiepositie blijft een krachtig herstel van de chemische industrie in de EU voorlopig onzeker.
Foto: door Jetvertising

